Extra

"De aquarelverf heeft het gehaald, eindelijk uitgelopen tot haar vloeibare grens. Op adem komend wordt ze onmiddellijk gevangen gezet in potloodlijnen. Ze laat zich vormen tot expressie van ongemak en verlangen. Net had ze de teugels laten vieren en onmiddellijk grijpt een lang ontkende gewoonte haar beet en gaat gekscherend met haar op de loop.
Wat dacht je? Niets rust. Je steunt iemand of zuigt je aan iemand vast, orgastische gevoelens, welja, maar ook kleine, spottende betweters die aan komen vliegen of rollen, een venijnige draai geven, het kan ze niet schelen. De keurige heer, de brave mevrouw, het kind en het huisdier excentrisch op elkaar ingespeeld.
Als de een jeukt heeft, gaat de ander krabben, semi-permeabele membranen. Zou je anders willen? Je kan nonchalant de andere kant op blijven kijken en eraan denken dat er ooit een doel was.
Je voeten weten er meer van en ook je handen die zich vasthouden aan iets zachts. Pas op! Spitse tanden, smalle lippen zijn nooit buiten bereik. Een gat in de ballon. Pfft, daar ga je. Was er een doel?
Het mooie is dat je altijd ergens terecht komt. Doe je ogen maar dicht en val niet van het krukje. Je zou moeten weten dat roze en lichtblauw voor een oneindige val zorgen.
Vreemd en toch niet onbekend voor elkaar houden ze zich staande, het is hun recht! Amor met zijn pijlen en zijn boog heeft zijn werk goed gedaan. Van elkaar los komen zullen ze wel nooit meer, aan elkaar vastgeregen en gehaakt als de instap van een schoen."

Andrea Basedow, kunsthistorica en auteur.

Tekenen

"Dat tekenen de meest intieme van alle kunstuitingen is, blijkt al uit de houding van de kunstenaar. Staan de schilder en de beeldhouwer in een betrekkelijk open ruimte, regelmatig afstand nemend van het werk in wording, de tekenaar zit voorovergebogen aan tafel boven het papier dat hij voor zich heeft. Meestal werken beide handen samen: in de ene hand heeft hij zijn tekenpen of potlood, met de andere drukt hij het papier tegen de tafel of schuift hij het in de door de tekenende hand gewenste richting. Zodoende schermt hij het papier ook enigszins af. Ook al zou hij bij zijn werk worden gadegeslagen, hij is zelf de enige die het ontstaan van de tekening precies kan volgen."

Uit: 'Vlek als levenswerk. Lucebert op papier'
Door Cyrille Offermans | Historische Uitgeverij |

Over vlekken

Nog meer uit hetzelfde boek:
Lucebert heeft vlekken nooit angstvallig geschuwd, hij heeft ze, integendeel, als creatieve stimulans verwelkomd. […] De vlek is het summum van vormloosheid. Hij is ongewild, beangstigend spoor van een inslag van het toeval, daarom ook gevreesd als aankondiging van meer en groter onheil.
Hij verstoort de orde, zaait paniek. Zijn loutere verschijning bewijst de gebrekkigheid van onze immuunsystemen. Daarom dwingt hij op plekken waar hij zich vaak vertoont tot het bedenken van nieuwe preventieve beschermende maatregelen. Vlekken op de huid kunnen de symptomen zijn van een ernstige ziekte, vlekken op de ziel het teken van morele degeneratie en zondigheid.
Ze moeten weg, die vlekken, zo snel en grondig mogelijk. Lukt dat niet, dan breiden zij zich uit en richten het lichaam waarop ze zich vertonen te gronde.
Een vorm geïnfecteerd door een zich uitbreidende kern van vormloosheid kan niet anders dan zelf vormloos worden, desintegreren, verpulveren, vergaan tot stof, aarde, modder, walm, lucht.

De vlek inspireert, attendeert op alles wat niet gladjes en probleemloos verloopt.


 

Caroline Roessingh, tekeningen

 

 

 

 

 

 

Caroline Roessingh

 

 

 

 

 

 

 

Caroline Roessingh